Schil de witte asperges en snijd de houtachtige onderkant eraf. Kook ze 5 minuten in licht gezouten water tot ze gaar zijn. Zet het vuur uit en laat de asperges vervolgens 10 - 20 minuten nagaren in het warme water.
Snijd de courgette in dunne blokjes. Snipper de sjalot en hak de knoflook fijn. Verhit olijfolie in een pan en bak de sjalot en knoflook glazig. Voeg de courgette toe en bak tot deze zacht en licht goudbruin is. Breng op smaak met zout en peper.
Verhit een ruime pan met een scheutje olijfolie en bak de gnocchi op middelhoog vuur krokant in 8–10 minuten. Voeg de pesto toe en bak kort mee zodat alles goed bedekt is.
Hak het bosje dille fijn. Maak de citroenricotta door de ricotta te mengen met citroenrasp, citroensap, dille, zout en peper.
Rooster het amandelschaafsel kort in een droge pan tot goudbruin.
Verdeel de gnocchi over de borden, leg de asperges en courgette erbij en schep wat citroenricotta erop. Garneer met verse dille, rucola, amandelschaafsel en Parmezaanse kaas.